|
*Dit artikel is een fragment van de thesis geneeskunde van Dr. Annie Nganou en is in een eerste versie verschenen in 2003 op de website www.adelantelacomedia.com De term "Afrikaanse dans" verschijnt in Frankrijk in de jaren 1970, dat wil zeggen een twintigtal jaar na de ontdekking van het fameuze "Afrikaans ballet" van de Guineeër Fodéba Keita. Aan de andere kant van de Atlantische oceaan ontdekken de Amerikanen in 1934 de authentieke vormen van de dansen uit Afrika met "Kykunkor", een creatie van de choreograaf Assadata Dafora (1890-1965) uit Sierra Leone (1).
Het is de gewoonte in Afrika gewijde dansen te onderscheiden van de zogenaamde profane dansen. Gewijde dansen Profane dansen I/ De principes van traditionele Afrikaanse dansen Of het nu over profane, sacrale, of half-profane dansen gaat, ze lijken geregeld door enkele fundamentele principes: het eenheidsprincipe, de verhouding tot de realiteit, het continuïteitsprincipe, de klank, de categorisatie en het principe van imitatie.
a- eenheid van het lichaam b- eenheid van tijd en ruimte De pulsatie, de beat, lijkt de tijd en de ruimte te definiëren, zoals een draad gespannen sinds de oorsprong die terugkeert naar de oorsprong via het huidige moment. De tijd, uniek en niet verstard (de pulsatie zal steeds weer terugkomen, steeds hetzelfde) is heel dicht. Het verleden, heden en de toekomst vormen één geheel, hun fusie wordt gezocht en is noodzakelijk voor het uitvoeren van de dans. De dansers moeten zich kunnen vergeten, hun gewone oriëntatie verliezen, vertrouwen op de eenheid van de groep. De ruimte gedefinieerd door de pulsatie is niet tastbaar, onbeperkt. Ze laat het lichaam toe zich over te geven in deze zo bepaalde ruimte en laat de ziel toe die te verkennen. Ze nodigt uit hier te dansen, nu en voor altijd, met zijn hele ziel. Als de pulsatie de ruimte en de tijd bepaalt, doet het ritme het geheugen van het lichaam ontwaken en de klank bevrijdt de ziel van de beperkingen waaraan ze gewoonlijk is onderworpen. 2- De verhouding tot de realiteit a- Expressiviteit Het menselijk lichaam wordt een "voertuig" dat in staat is alle geesten te vervoeren en te incarneren: dierlijke, plantaardige geesten en de elementen (wind, water,…) van het heden, verleden of de toekomst. Het zo 'bewoonde' lichaam zal de geest uitdrukken. De danser moet loslaten en wat is aan de oppervlakte laten komen. Er wordt geen voorstelling gegeven, maar een geest of een element voorgesteld, geïncarneerd. De enige realiteit die telt is die van het ogenblik. Het dragen van het masker, nogal specifiek voor de gewijde dans, vertegenwoordigt deze verhouding tot de realiteit. Enkel de ingewijden kennen de gebruikelijke identiteit van de drager van het masker, de niet-ingewijden, bevinden zich tegenover een echte geest, in zijn "authentieke" vorm. De drager van het masker trekt de identiteit aan van zijn masker, wat hem toelaat handelingen te stellen die hij zich onder zijn gewone identiteit niet had kunnen veroorloven. Zijn werkelijkheid bestaat uit wat hij geleerd heeft uit de geest van het masker tijdens zijn initiatie, uit zijn aanpassing van deze verworven kennis en tenslotte uit wat hij ervaart in de muziek en uit dit ogenblik terwijl hij onder het masker zit. Het masker geeft de geesten de gelegenheid zich te materialiseren, de dansers geven hen de gelegenheid de beweging te ervaren, zich te incarneren. Als tegenprestatie verlenen ze diensten aan de gemeenschap (bescherming, voorspelling, kracht,…), het is een samenwerking. Buiten deze heilige contexten, is de dans vooral een expressie en communicatie buiten de taal om. Men danst om zijn vreugde te uiten, zijn verdriet, om mee te voelen met het verdriet van de ander, om (uit het hoofd) te leren. We hebben meerdere keren meegemaakt dat we de aankondiging van een overlijden bijwoonden en dat de aankondiger van het nieuws begon met enkele ogenblikken te dansen en melodieën te neuriën terwijl hij weende. Zijn gesprekspartner weende op zijn beurt voordat hij informeerde naar de identiteit van de overledene. Het is ook eens gebeurd dat men na de aankondiging van de identiteit van de overledene besefte dat het over een onbekende ging met dezelfde familienaam en dan kalmeerden de huisgenoten meteen na enkele ogenblikken van opwinding. Wat betreft de scholing, gebeurt het regelmatig, zelfs op scholen in de stad, dat het leren lezen of leren van de tafels van vermenigvuldiging in ritme gebeuren en al dansend op de stoelen. Al deze voorbeelden tonen de essentiële rol van de dans, de beat, het ritme in het dagelijks Afrikaans leven. b- Verhouding tot de natuur In Afrikaanse kosmogonieën is de mens vaak geschapen als laatste, na de andere wezens, daarom moet men nederig en eerbiedig zijn tegenover zijn voorgangers. Tegelijkertijd leggen de gaven van het woord en het denkvermogen die hij heeft gekregen hem een beschermingsplicht op tegenover deze wezens. De dansen worden vaak uitgevoerd buiten de hutten, in open lucht, op blote voeten, met een directe en heel intense relatie tot de aarde. Ongeacht de beoefende dans, zijn de hemel en alle schepselen aanwezig, op zijn minst in het bewustzijn, rekening houdende met het feit dat de geesten en godheden "permanente gasten" zijn in de dans. Veel geesten worden gesymboliseerd door de natuur (boomgeest, watergeest, geest van de wind, van een dier, …) of door een voorouder die zich in het bijzonder heeft onderscheiden gedurende zijn leven. Ieder kan zijn specifiek ritueel hebben bij de dans, zijn "klank" ( die de keuze van het muziekinstrument bepaalt) en zijn ritme. In de hiërarchie, zijn de geesten die in de natuur leven, superieur aan de mensen en de godheden die in de hemel leven zijn superieur aan hen. Tijdens de rituele dansen bestemd voor de geesten (in het algemeen om hun genade te bekomen, hun bescherming of hun hulp), voelt men zich één met de natuur, steeds getuigend van respect voor de godheden. Zo zijn de hemel, de aarde, de natuur, de voorouders en de groep allen "aanwezig" in de dans. De geesten en de godheden boezemen zodanig angst en respect in dat hun essentie aanwezig blijft, zelfs in profane dansen. Er is geen breuk in de dans, de klank of in de opeenvolging van de generaties. In de onderbreking van de beweging, is er de beschikbaarheid tot de volgende beweging, de spanning die naar het hiernamaals projecteert. Hoewel de percussie-instrumenten wijd verspreid zijn, vormen ze niet de enige instrumenten gebruikt in de dans in Afrika. De blaas- en snaarinstrumenten, de instrumenten met watergeluid (regenstok), de menselijke stem, het nabootsen van dierengeluiden, het handgeklap maken deel uit van de klanken die met in de traditionele muziek kan vinden. Hier ook, is er een gevoel van eenheid met de natuur; de grondstof van de instrumenten is plantaardig, dierlijk of van metaal en hun klank bootst meestal natuurgeluiden na: men "communiceert" met de natuur, men "werkt" met haar "samen". Elke dans heeft zijn klanken en zijn specifieke ritmes. Deze ritmes zijn echte codes die toegang verschaffen tot een andere werkelijkheid, een andere wereld en ze vragen precieze gebaren en gedragingen. Het ritme doet het lichaamsgeheugen ontwaken. Men denkt niet na over de beweging wanneer men danst; eens op zijn gemak in de beat, begint het lichaam te bewegen en beheert de opeenvolgende bewegingen; dit veronderstelt een voorafgaand leerproces van de dansen, dat in de kindertijd begint en het hele leven doorgaat. In de rituele dansen is de kleding erg gecodeerd, in de profane dansen betrekkelijk vrij en bijkomstig. Vaak genoeg bepalen het soort kleren en de manier die te dragen nogal duidelijk de sociale klasse van het individu. Tijdens uitzonderlijke evenementen, is een praalelement nodig om de hulp van de directe betrokkenen op te roepen; dat kan een enkelband zijn, een dansstok, een kledingkleur, een lichaamsbeschildering, een speciaal kapsel, een armband… 6- Het principe van imitatie (overbrenging) Het kan gebeuren dat men tijdens uitzonderlijke evenementen een kind verplicht te beginnen dansen. Meestal is het dat kind zelf dat spontane interesse toont voor de dans en zo leert door te observeren en te imiteren. In dat geval, danst de geobserveerde volwassene vaak langer dan hij gewild had om aan zijn jonge leerling de tijd te laten om te proberen. De volwassenen rondom zullen hem aanmoedigen met glimlachjes en applaus vooral als het om een heel jong kind gaat. Het gebeurt ook vaak dat een persoon de hand van de leerling komt nemen als hij echt in moeilijkheden is (er niet in slaagt met de goede voet te starten of de beat te "vangen") en hem opzij neemt om hem de danspas te tonen zonder zijn hand los te laten zolang hij probeert. Omdat de academische vormen niet veel belang hebben, gebeurt het zelden dat de volwassene het kind corrigeert als hij de essentie heeft verworven – het is te zeggen de beat te volgen met de goede voet en de goede houding. Wat de heilige dansen betreft, worden enkel de ingewijden op de hoogte gesteld over de wijze van overbrenging. Natuurlijk wordt tegenwoordig het zich uitleven in discotheken op moderne muziek de favoriete activiteit van de jongeren, maar de traditionele erfenis is daarom nog niet uitgedoofd. De tontines (soort spaarsysteem), verenigingen, gebedsgroepen, en andere evenementen (geboorte, bouw van een huis, aankoop van een auto…) zijn evenveel gelegenheden tot ontmoeting voor de dorpelingen om hun solidariteit en cohesie te uiten buiten hun geboortedorp. Bij die gelegenheden worden de profane traditionele dansen uitgevoerd, nogal trouw aan de vormen uit het dorp.
Sinds de stichting van de eerste pan-Afrikaanse dansschool in Dakar (Mudra Afrique 1977-1982) door Maurice Béjart op initiatief van Léopold Sédar Senghor, zijn de ontmoetingen tussen Afrikaanse en westerse choreografen toegenomen, wat is uitgemond in een overeenkomst tussen de Afrikaanse en westerse podia. De culturele uitdagingen van deze ontmoeting waren al belangrijk voor de westerse dans, lang vóór de opkomst van de Afrikaanse dans die slechts het hoogtepunt was van de herontdekking van de dansen uit Afrika. Inderdaad lagen de naar het Westen gedeporteerde zwarte bevolkingsgroepen tijdens de slavernij al aan de oorsprong van het ontstaan van verschillende dansen ( Boogie-woogie, Lindy hop, Turkey Trop, Charleston, Rock'n Roll…). En meer recent nog zijn de dansen Modern-jazz, Jazz, Break dance, Rap, Raga, Hip-hop…, sterk beïnvloed door dansen uit Afrika. De Afrikaanse dans bevrijdt zich meer en meer van het gewicht van de traditie om zijn plaats in te nemen in zijn nieuwe wereld. De steeds belangrijker programmering van Afrikaanse choreografen op de grote internationale podia getuigt daarvan. We vermelden onder andere de choreografen Elsa Wolliaston, Flora Théffaine, Germaine Acogny, Koffi Kôkô, Irène Tassembedo, Robyn Orlin, Boyzye Cekwana, Salia Sanou, Faustin Linyekula en James Carles.
De andere danzen:
|
Menu
Sluit u aan
Word lid van daamu.com!
Dan kan je meedoen aan onze activiteiten, de reizen in het oog houden, de uitnodigingen voor de optredens krijgen, etc. Beelden
|
Lid worden ? | Onze partners en links | Persdossier | Wettelijke meldingen en reglement
© 2008-2009 Daamu.com | Powered by ALTABENA